4. Nederlands (brugklas)

Niet op elke basisschool wordt evenveel aandacht besteed aan werkwoordspelling en het ontleden van zinnen. Hierdoor hebben veel leerlingen in de brugklas problemen met het bijhouden van het tempo waarop deze onderwerpen in het voortgezet onderwijs wordt aangeboden.

Wordt het dt, d of t in de tt? En dd of tt in de vt?
In de lessen leer je werkwoorden op de juiste manier vervoegen.
Je leert het verschil zien tussen: de persoonsvorm, het voltooid deelwoord en het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.
In de lessen worden bijbehorende regels duidelijk en overzichtelijk uitgelegd, zodat je voortaan alles foutloos kunt opschrijven.

Vind je het ontleden van zinnen een onoplosbare puzzel?
Tijdens de lessen lossen we de puzzel stap voor stap op.
In de lessen leer je o.a. de onderstaande zinsdelen te benoemen:

redekundig ontleden

  • persoonsvorm
  • gezegde
  • onderwerp
  • lijdend voorwerp
  • meewerkend voorwerp
  • bijwoordelijke bepalingen

Taalkundig ontleden

  • lidwoord
  • zelfstandig naamwoord
  • bijvoeglijk naamwoord
  • werkwoorden
  • telwoorden
  • voorzetsels
  • bijwoorden
  • voegwoorden
  • voornaamwoorden

Ook op Facebook!